non-migratie interventies

Het waarom van het Groene Woestijn Initiatief

Het Groene Woestijn Initiatief (GWI) is een non-migratie interventie, waarbij met relatief beperkte investeringen mensen kunnen blijven wonen waar hun wortels zijn, de natuur en de biodiversiteit behouden blijft én evolueert en de diversiteit aan cultuur en cultureel erfgoed een levend erfgoed blijft.
Als mensen kunnen blijven wonen waar hun wortels zijn geeft dit ze stabiliteit en de kans om te evolueren in het tempo dat vitaliseert en ze niet op drift laat slaan.
Wetenschappelijke studies geven aan dat de gevolgen van migratie om klimaatredenen, niet alleen voor de mensen die het betreft heel groot zijn, maar ook voor de wereldwijde gemeenschap en de aarde.
1
Onze interventies
2 zijn gericht op community-building, het veiligstellen en verbeteren van landbouwgronden en andere middelen van bestaan en hebben direct impact op de bevolking van de Dogon Vallei3 in Mali, maar ook op ons cultureel mondiaal erfgoed.

Non-migratie interventies zijn een antwoord op de mondiale onderlinge verbondenheid en onderlinge afhankelijkheid die steeds meer zichtbaar wordt.
Oftewel: er is maar één wereld, waar anderen het effect ervaren van ons gedrag en wij die van hun. De mondiale onderlinge afhankelijkheid laat grenzen vervagen en zet onze legitimatie en identiteit op losse schroeven, waardoor we ons kwetsbaar en krachtig tegelijk kunnen voelen.
Als we hierover reflecteren, hier ruimte voor maken, raken we mogelijk geïntrigeerd en kan vanuit inzicht de bereidheid ontstaan verantwoordelijkheid te dragen voor ons eigen gedrag en impact. Voorbij het oordeel gaat het niet om emoties als schuld of angst of goed voelen, maar om realisatie, want daar kan creatieve energie ons aanzetten tot intentioneel handelen.

Impact hebben door te investeren in impact
Investeren in impact heeft op jezelf pas impact als je bereid bent te beseffen dat jouw gedrag invloed heeft op anderen, op de aarde, op de wereld. Impact kan bezielen.
Zo heeft de bevolking van de Dogon vallei, mij een bevlogenheid en bezieling gegeven. Zij overleven al eeuwen door steeds een evenwicht te zoeken tussen ontwikkeling en hun tradities van voorouderverering. Ze hebben rituelen en samenlevingsgewoonten die voor ons verwarrend en onlogisch zijn, maar die hun bevallen. Er zijn natuurlijk ook praktische gewoonte die niet erg verstandig zijn, zoals bij voorbeeld het koken op drie stenen. De magie van het samen ontwarren van de oorsprong van die gewoonten, het doorzien van de impact (de consequenties), passende alternatieven zoeken en ze verleiden daarvoor te kiezen, is vervullend door de verbinding en de impact die dit heeft.
Zo zien wij in het Westen hout verbranden voor voedselbereiding als niet wenselijk vanwege de CO2 uitstoot, maar voorlopig is het financieel de meest haalbare optie in het Dogongebied. De door ons gezamenlijk ontwikkelde houtbesparende fornuizen zorgen nu alleen wel voor besparingen van 60% van het hout en is zo een veel betere optie dan de omzetting naar houtskool en het koken op LPG dat veel te duur is en Mali ook afhankelijk van (kostbare) import maakt. Dit is, samen met een aanvullend leerprogramma over verstandige snoei en nieuwe aanplant van bomen, voorlopig de best passende manier.
Investeren in impact vraagt oprechte verbinding en nieuwsgierigheid, met het welzijn van alle stakeholders voor ogen, dus de huidige bevolking, maar ook de toekomstige generaties en de aarde.

Maar welke impact wordt er nu gerealiseerd met de bevolking van de Dogonvallei middels die interventies met GWI?
GWI staat niet los, maar is deel van een integraal programma met meerdere interventies. Zo is stichting Dogon Onderwijs al gedurende 20 jaar actief in het Dogongebied en heeft 25 basisscholen gebouwd, een technische school (1000 studenten) en zal ze binnenkort een school voor vakopleiding voor 600 leerlingen realiseren. De scholen worden gebouwd met lokale materialen zoals geperste leemsteen. Zij hebben daarnaast een programma voor verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en een waterprogramma.
Onderwijs is een interventie die niet enkel gaat over kennisoverdracht, maar zij is de basis van de ontwikkeling van een bevolking. Met goed onderwijs is het tevens mogelijk de basis te leggen voor ondernemerschap en zelforganisatie die zo essentieel is voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden. Praktische vaardigheden die aansluiten bij de ontwikkeling zijn van grote waarde omdat dit voor jongeren
voorwaarden schept te blijven in het gebied waar ze geboren zijn en hun verworvenheden in te zetten voor hun familie en gemeenschap.

Een andere interventie is gericht op de Dogon cultuur. De dorpen met hun specifieke bouwstijl en woonstructuur zijn niet voor niets tot werelderfgoed benoemd. Het heeft wereldwijd architecten en kunstenaars geïnspireerd en er zijn tientallen boeken in vele talen geschreven over de bevolking van de Dogon vallei. Het is echter geen museum, maar een levend erfgoed van mensen die zich graag ontwikkelen, waarbij hun tradities ook leidraad blijven. Het onderhoud van de huizen en moskeeën op de eeuwenoude wijze wordt overgedragen op de volgende generaties. Problemen hierbij als het gebrek aan water, verlies aan kennis, maar ook regels (van Unesco) vormen een obstakel, maar die worden samen met de bevolking opgelost, waardoor zeer bijzonder erfgoed behouden wordt in een levende traditie.
Een derde interventie is gericht op de ontwikkeling en bekrachtiging van vrouwen als de key change-agents op velerlei gebied. Het Dogon Vrouwen Initiatief (
DVI) is in 2008 gestart en werkt nu met 39 vrouwengroepen, 4300 vrouwen, aan community-building, ondernemerschap en zelforganisatie.
De programma’s van DVI hebben nu een impact op 26.000 mensen. Met de verwachte groei van het aantal vrouwengroepen die nu al partnerschap hebben gevraagd, zijn dit 6.000 vrouwen, oftewel een impact op 36.000 mensen (bij factor 6).
De interventies van GWI komen voort uit het inzicht dat ontwikkeling van de bevolking essentieel is, maar als de bron van overleving, namelijk de landbouwgronden, bedreigd worden, zoals thans het geval is, dan is GWI een non-migratie interventie pur sang.
Het Groene Woestijn Initiatief is hoop en bevlogenheid en de droom dat de vallei en de vlakte weer groen zullen zien van de bomen, met de Baobab als sterk symbool daarvan en dat hun velden groen zien met een diversiteit aan landbouwgewassen, bomen en heggen. Een waarlijk realiseerbaar beeld!
Er kan geleerd worden van ervaringen van anderen. Vele rapportages en onderzoeken hebben gediend als researchmateriaal, van Universiteit Wageningen (WOCATT), DRYNET, Both Ends, IUCN, Millenium Ecosystem Assessment, IFAD, IFPRI (International Food Policy Research Institute - VU Amsterdam), UNDESA/DSD (Division for Sustainable Development), UNU-EHS (Environment and Human Security), ICRISAT, WAC (world Agroforestry Centre), NRCS (Natural Resources Conservation Services), Agriculture ASUDEC, Joliba, HDS, Sahel ECO, African Regreening, Groasis Aquapro, Nature Resilience (Erasmus University).
Maar elke situatie is ook anders en een blauwdruk is niet toepasbaar. Daarom is GWI ook een strategie van iteratieve en hele concrete en praktische planning in actie.
Er is gekozen voor een aantal bewezen technieken en methodes, aangepast aan de lokale mogelijkheden en geest. En er zijn vele lokale partnerschappen aangegaan oa met de overheidsinstantie Water- en Bosbeheer, zij adviseren en monitoren de impact. Maar bovenal wordt het brede partnerschap met de lokale bevolking met groot succes ingezet om een
duurzame en effectieve impact te genereren.

De economische en sociale impact van GWI
GWI richt zich op een zone van 800 km2 in een periode van 8 jaar. Maar passend bij de iteratieve aanpak schetsen we graag de impact voor 2013-2014 waar thans gewerkt is en wordt in een zone van 45km2 met 2.600 mensen. De output is dat de duinen, die de aangrenzende landbouwgronden bedreigen, over een lengte van 9 km de duinen gefixeerd zijn. De impact hiervan is het behoud van zo’n 270 ha goede landbouwgrond, die voedsel produceert voor de lokale bevolking.
Het fixeren van de duinen gebeurt door het handmatig planten van 0,5 miljoen Euphorbia-struiken (de output). De impact hiervan is dat deze CO2reductie geven, maar ook biomassa produceren. Tegelijk worden deze duinen weer natuur (ca. 9 km2) waar insecten, vogels en andere dieren kunnen leven en ook dat is impact.
Er worden tevens 10.000 bomen en struiken geplant in 2013 en 2014. Deze gaan hout opleveren (ca. 500 ton/jaar) met economische waarde (ca. 10.000,- ), alsook blad en vruchten met economische waarde als impact. Deze waardetoename (winst) stimuleert de lokale economie door een toename van de vraag; indirecte impact. De bevolking wordt betaald voor de opkweek en aanplant van bomen en struiken en ook dit is een investering in hun lokale economie aangezien zij een vraag zullen uitoefenen op hun lokale markten.
De impact van de bomen als windbrekers, bodemverbeteraar (organisch materiaal producent) en verbetering van het microklimaat is door ons niet meetbaar en bewijsbaar te maken, maar onderzoeken en ervaringen geven duidelijke indicaties dat bomen de landbouwgronden verbeteren en dat dit de voedselgewassen ten goede komt.
De verandering in mentaliteit en gedrag ten aanzien van het belang van de bomen en verstandig beheer van de natuurlijke bronnen, zal uit narratieve bronnen komen, maar zal desalniettemin een bevredigend ‘return on investment’ kunnen zijn. Zo is in 2014 in een maand tijd 20 ha. (40 voetbalvelden) aangeplant met 250.000 struiken. Het vraagt wat verbeelding, maar dit is enkel mogelijk met een groot aantal enthousiaste, gemotiveerde en goed georganiseerde mensen.
We bereiken een belangrijk deel van de bevolking via de agro-animateurs die we opleiden. De opgedane kennis over de opkweek van bomen en struiken, het maken van compost, nieuwe landbouwtechnieken zoals micro-dosering, het leren snoeien van de bomen zodat ze blijven leven, de waarde van de verschillende vruchten en bladeren voor de gezondheid, is een intellectuele impact met praktische toepassing.

Wie zijn onze partners?
Het mag duidelijk zijn dat wij een duurzaam partnerschap zijn aangegaan met de bevolking van de Dogonvallei en daar horen duurzame financiële partners bij.
Voor ons betekent dit niet dat duur in tijd primair is, al kan dat wel een uitdrukking daarvan zijn. Primair is de intentie van gelijkwaardigheid en de moed om vanuit verbondenheid iteratief leren te supporten.
Iteratief leren is niet een vrijbrief tot vaagheid. Een helder doel is het begin, niet te verwarren met vaststaande resultaten. Vervolgens strategisch planning in actie, oftewel al doende leren en in actie bijstellen. Dit vraagt moed en vertrouwen van alle betrokken partners: de bevolking, het lokale team en bestuur (ADI), de overheden in Mali, van stichting DVI zelf en van de financiële partners.
Niet elke duurzame partner zal zover willen gaan met ons. Voor die partners laten we de impact het verhaal doen. De impact is gedeeltelijk meetbaar, gedeeltelijk over te brengen door logica en gedeeltelijk tastbaar te maken middels beelden.
Het kan, als er bezieling is voor impact!
Innovatie ontstaat als een gemeenschap van mensen gefocust is om diverse richtingen uit te proberen en te leren daarvan. Innovatieve interventies, vragen een stabiel platform dat kapitaal, talent en strategische intentie bijeenbrengt in een gemeenschappelijk antwoord op een hardnekkige uitdaging. En dat is wat je migratie zeker kan noemen. De migratie van jongeren naar de steden voor werk en opleiding en de migratie van de bevolking naar de steden, hoofdstad en omliggende landen, omdat hun geboortegrond niet meer de mogelijkheden biedt om een volwaardig leven te leiden.
Gedwongen migratie veroorzaakt altijd groot leed en heel veel onrust. De kosten per persoon om dit te voorkomen met de GWI-interventies zijn ca. 30 euro. Dat lijkt heel veel, maar de kosten van gedwongen migratie zijn veel meer, althans voor wie die rekening moet betalen. Uit onderzoek blijkt dat klimaat-migranten doorgaans (nu nog) niet ver trekken door een gebrek aan middelen. Ze zullen dus niet direct bij ons op de stoep staan, maar
wel bij hun buren (buurdorpen, -steden, -landen) en daar zal de druk toenemen. De kans op landdegradatie en verwoestijning zal zeker toenemen en er zullen diverse problemen ontstaan die maatregelen en soms ingrijpen vragen. Het leed wordt zo steeds groter, terwijl nu met interventies het mogelijk te maken is dat mensen geworteld blijven in hun eigen cultuur en op hun eigen bestaansgrond, wat ook hun grote wens is! Het behoud van mondiale cultuur diversiteit is de extra winst, waar toeristen zich aan kunnen laven en door laten voeden.
Het moge duidelijk zijn dat GWI niet enkel preventief en voor ‘behoud’ is , maar ook pro-actief een antwoord is op economische en sociale ontwikkeling. Wij zouden graag een stabiel platform vormen om non-migratie interventies als GWI, maar ook de programma’s van Dogon Vrouwen Initiatief, Dogon Onderwijs en Dogon Culture duurzaam te realiseren. Bent u onze partner?

Jacqti de Leeuw
Stichting Dogon Vrouwen Initiatief
Jacqti@dogonvrouweninitiatief.nl
06 14427876


1 Environmentally induced Migration and Sustainable development, UNDESA/DSD and UNU-EHS2011
2
Het Dogon Vrouwen Initiatief in partnerschap met Association Dogon Initiative - Mali www.dogoninitiative.org
3
De Dogon vallei is in werkelijkheid geen gebied dat zo heet, maar heeft betrekking op Regio Mopti waar het grootste deel van het Dogonvolk woont. Hier wonen naast de Dogon ook de Peul en de Bozo (en meer), al geruime tijd samen in een co-existerende harmonie.